Terug
Pastor Lambert Calis
Mijn leven begint op 25 juli 1940 te Laren in het Gooi en ik krijg van mijn
ouders de namen Clemens Lambertus. Het is oorlog, maar niet veel meer dan enkele
oppervlakkige gebeurtenissen blijven daarvan in de herinnering achter. Amper
is de oorlog voorbij of ‘de grote school’ komt in zicht. Deze wordt
geleid door de broeders van Oudenbosch. In de hoogste klas
wordt wordt mijn
belangstelling gepeild aangaande de opleiding tot religieus, maar de
gedachte daaraan is nog niet bij me opgekomen.
In 1953 begint voor mij de ULO-opleiding. Hier slaat wel een vonkje over en als het eerste jaar
voltooid is, wordt de overstap naar Oudenbosch gemaakt. De totale opleiding
tot broeder-onderwijzer neemt voor
mij negen jaar in beslag:
Mijn wens om de doopnaam te behouden gaat niet in vervulling, omdat er al
een broeder Clemens is. Zodoende draag ik sinds 14 augustus 1959 de naam van
broeder Lambertus, in het begin van de jaren zeventig ingekort tot Lambert,
waarin de naam van mijn peetoom te horen is. In 1963 wordt de kweekschool
succesvol afgesloten en mijn eerste standplaats wordt Rotterdam. Acht jaar
wordt er met plezier gewerkt. Gedurende deze periode komt een verdieping van
kennis tot stand door het behalen van het diploma leer- en
opvoedingsmoeilijkheden. In 1971 vraagt de congregatie me te gaan werken in
het Brabantse Sint-Willebrord. In 1976 lonkt een onderwijstaak in Nijmegen,
aanvankelijk aan de Keizer Karel l.o.m.-school, later aan een basisschool.
Tot 1988 duurt deze taak, alhoewel er een flinke tegenvaller te incasseren
is: in 1978 treedt plotseling een hernia op, die op 8 september van dat jaar
operatief verholpen wordt. Pas jaren later blijkt, dat deze ingreep mislukt
is en dat een tweede operatie gewenst is. De verminderde kans van slagen
doet me besluiten ervan af te zien. Reeds in 1987 komt het verlangen op naar
het priesterschap. Eenmaal terug in Oudenbosch is er echter amper ruimte.
Het werk ligt voor me, de taak breidt zich uit, uren en dagen worden al
doende gevuld. Het plan wordt opgevat een studie op te pakken die tot
verdieping kan leiden. Het wordt een studie aan de School voor
Filosofie.
Deze School boeit me. Ze volgt de oosterse wijsgeren, die veel aandacht
schenken aan het bewust maken van de stilte. Eén van de wegen is meditatie,
waardoor de mens het-zelf-zijn ontdekt; en dieper: waardoor de band met de
Levengever ontstaat, omschreven als ‘het Absolute’. Deze verdieping werkt in
de praktijk van alledag: besef waar je aan bezig bent, neem de tijd om stil
te worden, word bewust. Het is duidelijk, dat deze studie zijn doel niet
voorbijschiet: ze bepaalt mijn doen en laten, ze beďnvloedt mijn denken. Zo
groeit het verlangen om de dienstbaarheid breder gestalte te geven. De vonk
slaat over bij een priesterwijding in Haarlem. Diep in mijn hart komt
bewondering op voor de neomist, die aan zo’n zware taak durft te beginnen.
In de loop van de dag, bij de viering van de weekenddienst, de volgende
zondag – steeds weer komt die zin in mijn hoofd op: “Waarom hij wel en ik
niet?” Die gedachte laat me niet los en spoedig wordt contact gelegd met
pater Wagenaars, directeur van de priesteropleiding ‘Bovendonk’ te Hoeven.
Het is juni 1993. De studie duurt zes jaar en al aan het begin kan – na
kennismaking en overleg – een overstap worden gemaakt naar de
Karmelgemeenschap.in Boxmeer. Na voltooiing van de basisvorming laat de
provinciaal me verhuizen naar Nijmegen, ‘mijn vroegere stek’. De studie gaat
voort evenals de ingroei in de Karmel. Tegelijk start de stageperiode,
waardoor een praktische leerschool van twee jaar ontstaat voor het
basispastoraat. Zowel de gemeenschap als de naderende wijding vervullen mijn
verlangens en in 1998 leg ik de plechtige professie af; begin 1999 ontvang
ik de wijding tot diaken en op 17 september de priesterwijding. Deze laatste
datum is gedenkwaardig: het is mijn patroondag sinds ‘Oudenbosch’ en
tegelijk de herinnering aan Titus Brandsma die op deze dag de Karmel van
‘Boxmeer’ binnentrad; zo vloeien beide voor mij ineen tot een nieuwe start!
Op die dag ontvang ik de opdracht te gaan werken in de Titus
Brandsmaparochie in de binnenstad van Nijmegen. Vijf jaar lang doe ik dit
naar tevredenheid. Tevens wordt mij gevraagd gedurende beperkte tijd
waarnemend pastoor te zijn. Mijn verlangen naar het pastoraat blijft;
vandaar de inzet in een vijftal parochies, die zonder priester verder
moeten. Ik blijf hopen op een nieuwe pastorale mogelijkheid … Op donderdag 8
juli gaat deze wens in vervulling. Pater Tjeu Timmermans, provinciaal van de
orde van de Karmelieten, vraagt me per 1 januari 2005 pastoor te worden in
Zenderen en tevens teamleider van het cluster Zenderen, Hertme en Borne.

Start | pastoor Hofman | pastoor Velthuijsen | pastoor Hendriks | pastoor De Hosson | pastoor Kemperman | pastoor Holtel | pastoor van de Grootevheen | pastoor Veeger | pastor Koch | pastoor Zoetebier | pastoor Lensen | pater Roorda | pastor Calis | pastor Rinus van der Vegt
Deze site is voor het laatst bijgewerkt op
03/12/09