Hij
zette in z’n leven slechts twee keer een handtekening. Op z’n trouwdag en
bij de koop van zijn woning. De 71-jarige Willem Hesselink houdt er niet
van afhankelijk te zijn. De beslissing om als venter door te gaan, toen
eind jaren zeventig de Bornse zuivelfabriek dicht ging, was voor de
geboren Hertmenaar dan ook snel genomen. „Het was kiezen tussen de
kwarkfabriek die wel bleef, of zelfstandig worden”, vertelt Hesselink. Hij
heeft inmiddels zijn laatste ronde gereden langs zijn klanten op het
platteland. Hij pakte een bestelbus vol met melk, yoghurt, andere
zuivelproducten en wat kruidenierswaren en ging op pad. „ Geen baas die
meekijkt over je schouder. Zo vrij als een vogel”, zegt hij terugblikkend
op inmiddels 55 jaar werken. Zijn eerste grote wagen kocht Hesselink in
1984. En ook dat was geen reden om aan te haken bij bijvoorbeeld een
samenwerkingsverband als de SRV, waarbij een aantal groothandels is
aangesloten. Het brood dat in de ‘mini-supermarkt op wielen’ wordt
verkocht, levert bakker Schabbink elke ochtend af bij het magazijn op het
bedrijventerrein Echelpoel, waar Hesselink ook woont. „En we kopen in bij
een en dezelfde groothandel”, zegt Hesselink, wiens beide zonen Herman en
Ben („ ze gingen als kind al met me mee”) ook met een rijdende winkel
langs de huizen gaan. Geassisteerd door de Albergense Annelies Martens
heeft Hesselink het rayon Saasveld, Hertme, Deurningen, Weerselo, Reutum
en Haarle onder zijn hoede. En ook voor Annelies, die zeven jaar geleden
reageerde op een advertentie, geldt dat ze het het fijnst vindt niet te
worden opgejaagd. Dat in de plattelandsgemeenten die ze aandoen steeds
meer winkels verdwenen, heeft de rijdende winkel van Hesselink juist meer
klanten opgeleverd. „Daar komt bij dat we een groot stuk service leveren.
We rijden tot aan de voordeur, brengen de boodschappen in huis en voor een
centje extra helpen we ook opeten”, lacht hij. De service gaat zelfs zo
ver dat een product dat niet meer op voorraad is, ’s avonds wordt
nabezorgd. Hesselink en Annelies hebben op hun beurt ook de adresjes waar
ze even wat langer blijven. Voor een kop koffie of een kom soep. „En op
zaterdag staat er bij een van de vaste klanten altijd een bakje met
gebraden kippenvleugels of een gehaktbal klaar”, verklapt Hesselink. Het
vervelendst wat hem ooit is overkomen is de klap tegen zijn hoofd die
Willem moest incasseren van een mevrouw die nog een rekening had
openstaan. Met een oor als een bloemkool stapte de koopman naar de
politie. „Toen ze hoorden waar het was gebeurd, wisten ze genoeg. Daar
gingen ze zelf ook liever niet op af.” Hesselink zelf had nog best wat
jaren willen doorgaan. Het waren zijn echtgenote Annie en zoons die vonden
dat hij er maar eens een streep onder moest zetten. Voor de zoons van
Willem, die het rayon van pa overnemen, is het in ieder geval een opsteker
dat niemand heeft gezegd voortaan naar de supermarkt te gaan.
