Home Hertme Historie Actueel Video’s Foto's De Gazet Archief
Hertme
       © Heemkundegroep Hertme

De boerderijen

De oudste sporen van boerderijen zijn in de jaren tachtig gevonden bij opgravingen in de nieuwbouwwijk Stroon-es. De aanduiding Stroom-es, de naam die de wijk nu draagt, is historisch gezien niet juist. Stroon-es is afgeleid van de boerderij 'Stroeding' (1475) ook wel 'Stroon-boer' (1795) genoemd. Onder de eslaag kwamen sporen te voorschijn van boerderijen uit de IJzertijd en de Karolingische tijd. Hierover wordt in het hoofdstuk 'Hertme voor de jaartelling’ meer verteld. Een eerste schriftelijke opsomming van de boerderijen in Hertme vinden we in het schattings- register van Twente van 1475. De toenmalige landheer van Overijssel, bisschop David van Bourgondië hief van alle grote of volgewaarde erven een belasting (schatting) van 2 schilden en van de ongewaarde erven of kathes (kotters) 1 schild. In Hertme worden de volgewaarde erven genoemd in 1475: 1.   Middesdorp     (Misdorp)                   betaald 2 schilden. 2.   Velthuis            (Veldhuis of Veels)    betaald 2 schilden. 3.   Grevinck          (De Greve)                  betaald 2 schilden. 4.   Bertolding        (Het Bartelink)           betaald 2 schilden. 5.   Alarding           (Aalderink)                 betaald 2 schilden. 6.   De Haer            (De Haar of Harink)  betaald 2 schilden. Bij Veldhuis, Aalderink en de Haar staat vermeld dat zij in eerste instantie 1 schild betaalden, maar na enige aandrang werd er alsnog voldaan. Er werden namelijk panden genomen en deze werden publiek verkocht, ofwel men dreigde daarmee. Als kotters worden in het schattingsregister genoemd: 7.   Egberting         (Engbrink)              betaald 1 schild. 8.   Ebelenbroeck   (de Kölner)            betaald 1 schild. 9.   Stroeding          (Stroonboer)          betaald niet. 11. Hertmermole   (Meulenbroek)      betaald 1 schild.  12. Pigge                 (de Pigge)              betaald 1 schild.   In het schattingsregister missen we een boerderij die er toen zeker al geweest moet zijn, namelijk 'Grotenhuis' (nummer 10). Dit is te verklaren uit het feit dat op het Groothuis toen een adellijk huis stond en deze waren vrijgesteld van schatting. Een volgende lijst van boerderijen uit Hertme treffen we aan in de verpondingsregisters van 1601 en 1602. In een enigszins rustige periode van de 80-jarige oorlog werd er een register opgemaakt van de boerderijen en deze moesten naar gelang hun grootte grondbelasting (verponding) betalen. Misdorp, Veldhuis, de Greve, Bartelink, Stroonboer (Lansink) en Grotenhuis komen in 1601-1602 voor als volle erven; Aalderink, de Haar, Egbertink, de Kölner (Ebbelinksbroek) en Meulenbroek worden kotters genoemd; terwijl de Pigge een bijzitter genoemd wordt Uit 1602 stamt een lijst volgens welke de inwoners van Hertme heffingen moesten betalen voor het hebben van paarden, schapen, varkens en bijen. Hieruit blijkt dat er op dat moment reeds meer boerderijen waren in Hertme dan die welke in het verpondingsregister genoemd zijn. Waarschijnlijk hadden ze echter zo weinig grond dat ze geen aanslag in de verponding behoefden te betalen. Het zijn de grote boerderijen die paarden hebben om het bouwland te bewerken. De kleintjes mochten van een grotere nabuur wel eens een dag een paard lenen om hun stukje land te bewerken. In de drukke tijden helpen ze de grote boeren met bijvoorbeeld gras maaien of rogge maaien. Zo is het Wevershuis eeuwenlang een bijzitter of wonersplaats geweest van het Middendorp. Het Middendorp was te groot voor één gezin om te bewerken en kon als hofhorige boerderij niet gesplitst worden. Daarom zien we bij deze grote boerderijen vaak boerderijtjes ontstaan die de benodigde arbeidskrachten leverden om de boerderij te bewerken. Dit met als tegenprestatie de bewoning van de wonersplaats en het gebruik van enig bij gelegen land  voor het eigen onderhoud van het gezin op de wonersplaats. Het paardengeld bedroeg in 1605, afhankelijk van de welstand van het kerspel, 12, 10 of 8 stuivers per paard van twee jaar of ouder. In 1612 moest van elk varken en elke bijenkorf jaarlijks 1 stuiver worden betaald. Schapen komen in de lijst van Hertme niet voor. Uit 1675 is bewaard gebleven een vuurstedenregister. Om aan inkomsten te komen hadden Ridderschap en Steden van Overijssel sinds ongeveer 1600 een belasting vastgesteld van iedere vuurstede of plaats waar men vuur maakt. Van iedere vuurstede moest 7 stuivers worden betaald door de gebruiker van het erve, die daarvan niets mag verrekenen met de huur. We treffen een vuurstede aan bij de volgende boerderijen:   Hartmer Wever   (Wevershuis)   Jan Richterinck        (Kostershuis, Gospen- of Richterinkswoning)   Middesdarp lyftocht (Oude Misdorp)   Stricker Gerrit          (Veldhuis of 't Strykershuis)   Velthuys lyftocht      (Oude Veldhuis) Voor het eerst komen we in een register lyftochthuizen tegen, namelijk bij Middesdarp en Velthuys. Bij grote boerderijen was het gewoon dat er een klein boerderijtje bij hoorde met ongeveer 1/9 deel van het land. Deze dienden als oudedagsvoorziening voor de oude generatie als ze het wat rustiger aan wilden doen en de boerderij aan de jonge generatie overlieten. De lyftochten werden meestal aangeduid met de namen Oude Misdorp en Oude Veldhuis. Naast de vuursteden komen in Hertme in 1675 ook twee ovens voor, namelijk bij de erven Middelsdarp en Velthuys. Ook in bakovens werd namelijk vuur gemaakt en ook voor deze vuur- steden moest belasting betaald worden. Voor de invoering van het vuurstedengeld hadden alle boerderijen waarschijnlijk hun bakoven om brood te bakken, maar na de komst van de belasting op de vuursteden deden vaak een flink aantal boerderijen samen met één bakoven, om zodoende de kosten te drukken. Het vuurstedenregister noemt verder een aantal pauperes of minvermogenden, die wel een vuurstede hadden, maar  vrijgesteld waren van betaling van het vuurstedengeld:   Laer Joan                      (Laarhuis)   Abraham 't Sonder        ('t Sonder)   Kolck Hermen             (de Kolk)   Caete Wolter                  (Kotte)   Pyper Lucas Weduwe    (de Pieper)   Huls Henrick                 ('t Hulshuis)   Hans Joan Grevinck       (Oude Greve)   Collenaers Hermen        (de Kolner of Strik)   Alderings Wever           (Oude Aalderink) In het jaar 1748 wordt de eerste volkstelling ge- houden in Hertme en er wonen dan 281 mensen in Hertme waarvan 94 mannen en vrouwen, 59 kin- deren boven 10 jaren, 63 kinderen onder 10 jaren, 34 knechten en meiden en 31  kostgangers en inwo- ners. Ze wonen in een groot aantal boerderij-en, lyftochten, schuren, kamers en hutten. Er was blijk- baar woningnood en veel armoede. In 1795 is weer een volkstelling gehouden. Het blijkt dat de bevol- kingsdruk weer enigszins is afgenomen, want er worden dan in Hertme totaal 208 personen geteld. Tot slot van de serie overzichten wordt hier opgenomen een "uitzetting"over de Marke Hertme uit het jaar 1801. Als de Marke geld moest betalen voor bijvoorbeeld de grondbelasting of het onderhoud van de kerk, de pastorie of  de school dan werden de kosten naar rato van draagkracht omgeslagen (uitgezet) over de diverse boerderijen. Er is bewaard gebleven een "uitzettinge over de Markte Herteme, opgemaakt in de maand maert 1801", die volgens een aantekening op de omslag was "tot aankoop van den Kolk". Er werd blijkbaar grond aangekocht benodigd voor de kerk te Hertme. Hoewel het erg in vogelvlucht is geweest, hopen we toch dat u hiermee een idee krijgt over het ontstaan van de samenleving in de buurtschap Hertme en de ouderdom van de boerderijen. Op de foto’s van boven naar beneden:  Spookhuis, koetshuis van havezathe Het Grotenhuis Het Bartelink, thans bewoond door de familie ter Keurs Erve Velthuis, thans bewoond door de familie Blenke Oude prent van het na de oorlog afgebroken Piggehuis Het Kostershuis, thans bewoond door de familie Schabbink Kolner Jans aan de Oude Postweg, afgebrand in 1999